Interview Denkraam

Onlangs heeft Denkraam onze crisiskaartconsulente Tabitha geïnterviewd over haar functie en de motivatie hierachter. Het indrukwekkende verhaal van Tabitha is vervolgens mooi neergezet in een artikel van Denkraam.
Ben jij benieuwd naar dit artikel? Lees dan vooral verder!

“Mensen op weg helpen de regie weer terug te krijgen, dat is voor mij het belangrijkste.”

Een psychische crisis kan een grote impact hebben op een
mensenleven, daarnaast ook op de samenleving. Ook in Rotterdam is
dit een zeer actueel thema. Reden genoeg voor de overheid, hier
hoog op in te zetten. Iemand die hier binnen haar werk een bijdrage
aan levert is Tabitha Mudde-Schepen. Na jarenlang vrijwillig actief te
zijn geweest als crisiskaartconsulent, zet zij dit sinds kort als betaalde
kracht voort. Dit binnen een gesubsidieerde doorstart van het
project, dat zich naast mensen vanuit de reguliere GGZ, specifiek
richt op het ondersteunen van psychisch kwetsbare mensen vanuit de forensische psychiatrie.
Hierbij staat vooral de eigen regie, en het weer terug willen pakken en behouden hiervan van de cliënt centraal.

“In 2014 ben ik als vrijwillig crisiskaartconsulent begonnen bij het Basisberaad in Rotterdam. Door bezuinigingen was
er toen geen subsidie. Ik besloot mijn schouders eronder te gaan zetten en ben nieuwe cliënten aan gaan nemen, heb
nieuwe kaarten opgesteld en ben gaan onderzoeken wat de mogelijkheden waren nieuwe financiering rond te
krijgen. Na drie jaar hard werken en veel voorlichting in het land te hebben gegeven, deed zich de mogelijkheid voor
in te tekenen op nieuwe subsidie. Als consulent kan ik mensen helpen die in een kwetsbare periode terecht kunnen
komen, waar ik zelf in gezeten heb. Een situatie waar ik persoonlijk heel bekend mee ben geweest. Mensen op weg
helpen de regie weer terug te krijgen, dat is voor mij het belangrijkste. Samen met hen kijken wat er nodig is om uit
een crisis te blijven, of hoe hieruit te komen en weer terug te keren in de maatschappij wanneer dit wel gebeurd. Het
is een absolute pré dat je als crisiskaartconsulent ervaringsdeskundig bent. Dit omdat je juist dan weet, hoe het is om
in een crisis te raken. Je kunt je veel beter verplaatsen in aspirant-kaarthouders. Het besef dat je in een crisissituatie
niet aan omstanders kunt vertellen dat je even met rust gelaten wilt worden, of dat er zoiets rustgevends als een
zakje lavendel in je tas zit dat je nodig hebt. Op het moment dat je als ervaringsdeskundige met zo iemand in gesprek
gaat, dan zorg je ervoor dat de drempel een stuk lager wordt om bij jou te vertellen wat er aan de hand is. Ze voelen
dan ook aan dat ze te maken hebben met iemand die begrijpt wat zij op dat moment doormaken. Dit is een stukje
meerwaarde ten opzichte van een hulpverlener die daar mee bezig is. Dat hoor ik ook heel vaak terug vanuit de
hulpverlening. Dat wat ik in het plan heb geschreven over die persoon, dat dit bij hen onbekend was. De cliënt had
het hen niet verteld. Dat komt omdat je op een hele andere manier met iemand in gesprek gaat”.

“Geef haar maar een plastic zakje om in te blazen.”

Als ik achteraf terugkijk op mijn eigen moeilijke periode, dan had ik zelf heel erg graag een crisiskaart willen hebben. Helaas was ik er toen niet van op de hoogte dat deze bestond. Ik ben bekend met paniekaanvallen in combinatie met hyperventilatie. Een voorval uit die tijd speelde zich af in een hotel tijdens een uitje. Ik was met mijn reisgenoten in het zwembad, kreeg krampen en schoot in een paniekaanval. Ik werd uit het water gehaald en door de drukte in de menigte
ergens neergezet. Alle mensen erom heen, maar niemand wist wat te doen. De EHBO van het hotel wist ook niet wat ze er mee aan moesten. Terwijl iedereen bleef staan kijken, is er naar het alarmnummer gebeld. Deze hadden zoiets van “waarom bellen jullie ons?, geef haar maar een plastic zakje om in te blazen”. In het boterhamzakje wat ik kreeg, had brood met pindakaas gezeten. Dit in combinatie met de drukte om mij heen, maakte dat ik niet kon vertellen dat ik met rust gelaten wilde worden. Op een gegeven moment hebben ze er de ambulance bijgehaald. Dit terwijl dat niet nodig was geweest. Als ik toen een crisiskaart had gehad, dan had ik kunnen laten zien dat ik er met wat ruimte en rust zelf uit had kunnen komen. Wanneer een crisiskaarthouder in een noodsituatie verkeerd, kan deze de kaart geven aan een omstander. Meestal zit de kaart in de portemonnee of mobieltje. Vaak is het wel een reflex van “ik heb zo’n kaart en deze moet ik ook geven”, waarna de kaart tevoorschijn wordt gehaald. De ontvanger ziet direct dat het de bedoeling is de kaart te lezen. Er staat op vermeld dat de persoon in een psychische crisis zit”.

 

“De kaart blijft altijd van de kaarthouder zelf.”

Een crisiskaart komt tot stand in samenwerking met de cliënt. Het is een samenvatting van het samen opgestelde
crisisplan. Hierin is duidelijk omschreven hoe een crisis eruitziet bij de cliënt, wat hij wel of juist niet wil dat er bij een
crisis gebeurt, en hoe mensen het beste met hem/haar kunnen omgaan bij angsten of verwardheid. Ook voorziet
het plan in duidelijke afspraken over wie er een rol spelen bij een crisis. Familie bijvoorbeeld, behandelaren of de
huisarts. Deze dienen het plan ook te ondertekenen, waarna de cliënt de uiteindelijke crisiskaart in zakformaat
ontvangt. “De kaart blijft altijd van de houder zelf. Behandelaren of andere betrokkenen kunnen met suggesties of
ideeën komen, maar het draait om de eigen regie van de kaarthouder. Soms heeft een behandelaar een andere
mening . Als deze contact met me opneemt, dan vraag ik als eerste of de cliënt hiervan op de hoogte is. Zo niet dan
geef ik aan dat het beter is dit eerst met hem of haar zelf te bespreken. Ik heb weleens meegemaakt dat een
behandelaar met een aanvulling op het plan kwam. De cliënt wilde dit er juist absoluut niet in hebben. Uiteindelijk
hebben we hier wel een middenweg in kunnen vinden. Alle partijen gingen hier mee akkoord, maar de regie bleef wel
bij de kaarthouder”.

“Belangrijk hulpmiddel om mensen op weg te helpen.”

In 2016 was Tabitha aanwezig op een landelijk congres rondom het thema ‘verwarde personen’. Dit naar
aanleiding van het uitgebrachte plan van aanpak, van het door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ingestelde ’Aanjaagteam Verwarde personen’. In de periode daarna heeft dit een vervolg gekregen, in het ‘Schakelteam personen met verward gedrag’. Zij hebben als doel ondersteuning van mensen met verward gedrag verder te verbeteren. “Ik was op het congres om een
presentatie te houden over de crisiskaart. Daar was ook iemand aanwezig van het Veiligheidshuis Rotterdam. Deze was verbaasd hier nog nooit van te hebben gehoord. Dit heeft het balletje binnen Rotterdam aan het rollen gebracht. We zijn met elkaar in gesprek gegaan om de mogelijkheden te onderzoek samen te werken met andere partijen. Vanuit de regering kwam er de toezegging
dat hiervoor ook geld ter beschikking zou komen. De crisiskaart is ook aangemerkt als een belangrijk hulpmiddel om mensen om weg te helpen die psychisch verward gedrag vertonen. We hebben vervolgens kunnen intekenen voor subsidie, welke we ook hebben gekregen. Het gevolg is een project binnen Zorgbelang Zuid-holland afdeling Basisberaad, waar twee betaalde crisiskaartconsulenten werkzaam zijn. We kunnen hierdoor voor veel meer mensen een kaart maken. We zijn nu bezig met een stukje voorlichting en het verspreiden van onze bekendheid binnen de organisaties waar we mee samenwerken (Veiligheidshuis Rotterdam, de Nationale Politie, Bavo, Parnassia, Ypsilon, Clientenraden Rotterdam en Zorgbelang). Binnen deze samenwerking richten we ons naast de reguliere GGZ, bewust op cliënten uit de forensische psychiatrie. Op dit moment zitten we hiermee in een wat langere opstartfase. Dit heeft ook te maken met een stukje veiligheid waar naar gekeken moet worden. Dit omdat juist dit met deze doelgroep wat kwetsbaar kan zijn. De ervaring zal dus nog moeten leren hoe dit er in de praktijk uit gaat zien. Voor mij is het erg belangrijk dat ik iedere cliënt op dezelfde manier benader, waar deze dan ook vandaan komt. We zitten op dit moment in een periode, waarin de crisiskaart dankzij onze voorlichting weer naam begint te krijgen in de regio. We hopen dat er binnen de hulpverlening voldoende informatie wordt gegeven, aan mensen die een crisiskaart nodig hebben. Zij kunnen zich vervolgens zelf aanmelden per mail, telefoon of via onze website. Onze samenwerking met de Nationale Politie Rijnmond is erg belangrijk. Het is de bedoeling dat ook meldkamers in de toekomst een melding te zien krijgen, wanneer er sprake is van iemand met een crisiskaart. Dit kan bijdragen aan een gerichte aanpak. Een massale inzet van de politie, zou de crisis waar de persoon zich bevind ook kunnen vergroten. Daarnaast zijn de kosten van deze aanpak, en de druk op de hulpdiensten lager”.

“Je helpt iemand de regie weer terug te pakken wanneer het niet goed gaat.”

“Het kan ook zijn dat een familielid of omstander de noodzaak van een crisiskaart voor iemand ziet. We zijn zeker bereid om met derden in gesprek te gaan over de zorgen die er zijn. Toch blijft het zaak dat de aspirant-kaarthouder zelf op gesprek komt en de beslissing neemt om een crisiskaart op te stellen. Familieleden zien vaak dat er iets mis is. Daar tegenover staat dan een persoon die niet vindt dat er een probleem is, en ziet zoiets als een crisiskaart onnodig. Ik vertel zo’n familielid dat een informatief gesprek tussen hun naaste en mij een stap zou kunnen zijn. Dan kunnen we samen kijken wat er aan de hand is. De persoon zelf voelt zich vaak niet ziek . Zo moet je het ook niet benaderen. Het is meer preventief. Voorkomen dat anderen met jou omgaan om een manier die jij niet wil. Dat ze doen waar jij baat bij hebt. Daar ga ik dan met iemand over in gesprek. Niet over ‘ziek zijn’, maar wat wil jij dat er wordt gedaan op een moment dat het fout gaat. Juist door mijn ervaringsdeskundigheid, werkt zo’n gesprek drempelverlagend. Je helpt iemand de regie weer terug te pakken wanneer het niet goed gaat. Om te bepalen wat hij of zij wil wat omstanders doen, en om te voorkomen dat er wordt gereageerd vanuit wat anderen denken hoe er met je moet worden omgegaan. Soms hebben mensen ooit al een ander plan opgesteld binnen een organisatie. Bijvoorbeeld een S.O.S-kaart of signaleringsplan . Dit hoeft niet los te staan van de crisiskaart. De bestaande instrumenten kunnen prima gekoppeld worden, naast elkaar staan of naar elkaar verwijzen. Het is wel zo dat je als consulent onafhankelijk bent”.

“Dit is waarom ik het doe.”

“Tijdens een gesprek kwam een cliënt met haar persoonlijke ervaringsverhaal erg dichtbij. Het vertoonde veel gelijkenissen met mijn eigen verleden. Het was alsof ik op dat moment met mijn vader aan het praten was. Ik moest daarna echt even slikken. Mijn vader had ook een verleden binnen de psychiatrie. Uiteindelijk heeft hij zelfmoord gepleegd. Dat is een van de redenen dat ik ervaringsdeskundige ben geworden. Toen ik tegenover deze cliënt zat, had ik echt het gevoel “dit is waarom ik het doe”. Ze pakte zelf gewoon de regie. Het was tijdens dat gesprek alsof ik met mijn vader bezig was. Dat heeft mij heel erg veel gedaan. Het is goed dat je dan ook bij collega’s terecht kan. Juist omdat zij ook ervaringsdeskundig zijn. Ik zoek er dan eentje op waar ik prettig mee praat. In dit werk zijn er soms zware gesprekken. Mensen vertellen dan hele kwetsbare dingen die heel dichtbij kunnen komen. Dan is een uitlaatklep absoluut nodig. Daarom is het ook zo fijn dat ik nu niet meer alleen werk als consulente, maar er een collega bij heb gekregen. Ik hoop dat dankzij onze voorlichting, de crisiskaart in de toekomst bekend is binnen de hele regio. Dat behandelaren binnen de GGZ weten van het bestaan van de crisiskaart. Dat zij het belang ervan weten, en dat ze het niet zien als een bedreiging maar als ondersteuning van hun werkzaamheden”